Duur van de antistollingsbehandeling

Een antistollingsbehandeling stopt pas als de kans op trombose of embolie heel klein is geworden, of verdwenen. Een andere reden voor beëindiging is een verhoogde kans op een bloeding. Over de duur van de behandeling wordt beslist door uw behandelend arts en niet door uw trombosedienst.

Bij sommige aandoeningen is een levenslange antistollingsbehandeling noodzakelijk. Voorbeelden: boezemfibrilleren, mechanische kunstklep in het hart, sommige andere hartafwijkingen en herhaald optreden van een trombosebeen of longembolie.

Een tijdelijke antistollingsbehandeling komt onder andere voor na een orthopedische operatie (zes weken tot drie maanden), een trombosebeen (meestal drie maanden), of een longembolie (meestal drie maanden). Bij een erfelijke risicofactor bekijkt de arts individueel of (en hoe lang) de antistollingsbehandeling gecontinueerd wordt.

Contact

RHMDC Unit Antistolling
Mercuriusweg 1, 2624 BC Delft
Tel. (088) 260 40 30 Fax. (015) 215 96 08
antistollingscentrum@reinier-mdc.nl